dinsdag 24 april 2012

1-2-3-4...

1-2-3-4...hoedje van, hoedje van....
Dat is het liedje dat ik voor de CVA-patiënt zing in de hoop dat er iets terugkomt van het gestoorde spreekvermogen. Zo bijzonder om mee te maken als een patiënt toch een paar woordjes mee kan zingen.
Ik ga 1-2-3-4 ook op een andere manier tegenkomen.

In het kader van de flexibilisering, waarbij het personeel op de verpleegafdelingen zo efficiënt mogelijk ingezet wordt, wordt er gekeken naar de zorgzwaarte per afdeling. Waneer deze hoog is krijg je hulp van een andere afdeling waar het rustig is. Dit wordt in een oogopslag gezien aan het stoplicht. Als het licht op groen staat gaat een van de plegen helpen op een afdeling waar het licht op rood staat. Oranje betekent een gemiddelde werkdruk. En om nu te weten welke kleur licht we krijgen, komen de cijfertjes 1-2-3-4 langs.

Elke patiënt krijgt naast het welbekende patiëntennummer een zorgzwaartenummer toebedeeld. De patiënt met nummer 1 loopt fluitend een rondje en legt weinig druk op de schouders van de zorgende zusters en broeders. Voor nummer 4 lopen ze de benen onder de plegenbil uit.

De verpleegkundigen krijgen ook een cijfertje. Van een routinier mag tenslotte meer verwacht worden dan van een leerling. Na een ontmoeting met meneer van Dalen leidt het uiteindelijke cijfer tot een van de kleuren van het stoplicht: rood, oranje of groen!

Eens even kijken:

19 patiënten op de neuro: zeg, even natte-vinger-werk, tien van hen in drie; zes in twee, twee in één en nog één in vier. Dat maakt ongeveer 48 samen. Hierbij nog wat ééntjes voor opnames en ontslag. Nogmaals optellen. Dat weer delen door vijf of zes plegen op de doordeweekse dag. Dat is dus negen of tien punten die we per persoon moeten behappen. In het weekend wordt dat met vier plegen, dus ruim twaalf punten per persoon!

Of het stoplicht bij 48 dan rood ( hulp krijgen) of groen ( hulp bieden) zal zijn? De praktijk zal het leren.

De financiële vermogens van het CWZ zullen uitwijzen hoeveel punten plegen waard gaan zijn: 1-2-3-4... het dubbele of het kwadraat hiervan.

En ben ik bang dat ik een zorggeversnummer toebedeeld ga krijgen!

dinsdag 10 april 2012

DE EERSTE KEER

De verkiezingen waren niet nodig voor de OR, elf CWZ-ters betraden deze maand de grasmat van de OR. Na een paar oefenpartijtjes op donderdag is het in april zover: de eerste trainingsdagen komen eraan! De club pakt de OR-fiets(?) en trapt richting het welbekende hutje op de hei om zich daar een tweetal dagen terug te trekken. Het is een club met gemengd materiaal: van jong tot oud, dames en heren, van nieuw tot aan welbekend in de OR, van 2 tot 40 jaren arbeidsverleden. Het wordt voor de trainer zweten om hier één geheel van te maken. De juiste man wordt zorgvuldig uitgezocht, hij maakt kennis met de groep en spit de tactieken voor die dagen door.Wat willen jullie leren? 

Flap-over klaar, stiften ontdaan van doppen en schieten maar!
Communicatie, stukken lezen, contaacten met de achterban en bestuur, hoe, wat, waar, wanneer, welke vragen, notuleren, woord voeren, wetten en begrippen, teamgevoel, BOB-proces, visie...alles op de flap. De trainer bekijkt het eens en schudt zijn hoofd!

Twee dagen de tijd? Ja, en dan liefst zonder rollenspellen, want daar gruwen we van. Ook iets actiefs tussendoor, anders vallen we in slaap. Liefst om vijf uur eten...dan is de avond gezellig lang, want het gaat ook om de bORrel!

Nou, zuster, dit gaat vast anders worden. kwaliteiten moeten boven komen, leerpunten krijg je mee. Van te voren lijsten invullen om de individuele OR-rol te bepalen. Samenwerken, visie vormen, pad uitstippelen, stukken samenvatten en vragen opstellen. Om leren gaan met de raden van toezicht en bestuur, met de mensen van de vloer en iedereen die daar tussen zit. Organisatie kennen, maatschappij bijhouden, bladen lezen, presenteren, notuleren ...en digitale vaardigheden zijn ook een must! De do en dont's, het wordt een hele klus. Van negen tot half acht op dag 1 en de volgende dag nog een aantal uren.

De eerste keer naar het hutje op de hei: ben benieuwd!




vrijdag 6 april 2012

STRATEGIE

De eerste  leermomenten vanuit de OR zijn ingedaald. Strategisch denken is het motto.
Zo laat ik de gebeurtenissen op de afdeling de revue passeren. We zitten op een nieuwe plek en zijn ijverig bezig om een nieuw oord te creëren. Er is nogal wat veranderd door al die verhuizingen.
Hoe snel wordt er dan niet gemopperd over dingen die anders gaan, over tekorten, andere plaatsen, te weinig plekken, te druk, verpleging moet dit doen en kan dat ook doen....ga zo maar door!
Het valt me op dat ik op een andere manier naar de afdeling ga kijken. Onze opperste opperbaas streeft naar een excellente patiëntenzorg: gedreven, betrokken, grensverleggend en professioneel. Prima, en om die zorg te leveren heeft hij een stel verpleegkundigen in dienst.
Door de bezuinigingen is er geen tijd meer voor neuspeuteren en elkaar in drukke tijden helpen is logisch, want collegiaal zijn we ook. Belangrijk hierbij is dat we doen wat we moeten doen: verplegen! En dat woord betekent volgens de Dikke van Dalen "zich met zorg wijden aan". Het is de verpleegkundige die zich wijdt aan het zorgen voor de patiënt.
Dit vastgesteld hebbende kunnen we verder met strategisch denken. Op dit moment is het zo dat de verpleegkundige op onze afdeling nog veel taken doet en moet doen, die niets met verplegen te maken hebben. Elke ochtend ruimen we waskarren op, vullen de kasten bij met incontinentiemateriaal, ruimen we de verpleegdossiers en medicijnlijsten van ontslagen patiënten op, zoeken naar materialen, bellen het magazijn om gebruikte rolstoelen op te halen, vullen we zelf de dossiers aan met lege velletjes en draaien we de patiëntenstickertjes uit. Kostbare verpleegtijd gaat verloren.
Volgens de richtlijnen van de excellente zorg behoort de verpleegkundige ondersteund te worden om haar verpleegtaak zo goed mogelijk te volbrengen. Haar eerste zorg moet zijn zorgen voor de patiënt ! En de zorgen om andere zaken worden aan anderen gelaten.
Doen!!!!??